Zijn zonnepanelen nog rendabel?
Ja, maar langzamer dan vroeger en niet in de zeven jaar die u op veel sites leest. Een rekensom zonder verkooppraat.

Deze vraag krijgen we bijna elke week, en het antwoord is korter geworden dan het was: ja, maar het duurt langer dan vroeger, en het hangt sterker af van uw eigen verbruik dan van het aantal panelen op uw dak.
Waarom de oude getallen niet meer kloppen
Op veel sites staat een terugverdientijd van zeven jaar. Dat getal komt uit een rekensom waarin alle opgewekte stroom achtentwintig cent waard is, want dat is wat salderen deed: elke kilowattuur die het net op ging, streepte u later weg tegen een kilowattuur die u afnam.
Die rekensom vervalt op 1 januari 2027. Vanaf dan is stroom die u zelf gebruikt nog steeds achtentwintig cent waard, maar stroom die u teruglevert ongeveer vijf cent. Wie nog met de oude som rekent, komt structureel te gunstig uit.
Waar het rendement dan vandaan komt
Van het deel dat u zelf verbruikt op het moment dat de panelen opwekken. Voor een gemiddeld huishouden is dat ongeveer vijfendertig procent van de opwekking: apparaten die overdag aanstaan, de koeling, de basislast van het huis.
Dat betekent iets onverwachts: een dak vol leggen is niet altijd de beste keuze. Panelen die alleen maar overschot produceren leveren vijf cent per kilowattuur op, terwijl panelen die uw eigen verbruik dekken achtentwintig cent opleveren. Boven een bepaald aantal panelen wordt elk extra paneel dus veel minder waard.
Wat een realistische terugverdientijd is
Voor een gemiddelde woning met een verbruik rond de 3.500 kWh en een installatie die daarop is afgestemd, komen wij doorgaans uit tussen de negen en veertien jaar. Die spreiding is groot omdat er vier dingen in zitten die per woning sterk verschillen:
- Uw jaarverbruik. Hoe hoger, hoe meer u zelf gebruikt en hoe korter de terugverdientijd.
- Wanneer u verbruikt. Twee huishoudens met hetzelfde jaarverbruik kunnen tien procent verschillen, puur door het moment van de dag.
- De oriëntatie van het dak. Oost-west levert minder piek maar spreidt de opbrengst over de dag, en dat sluit vaak beter aan op verbruik dan pal zuid.
- Of er een thuisbatterij bij komt. Die verhoogt het aandeel eigen verbruik en verkort de terugverdientijd, maar kost zelf ook geld.
Panelen gaan vijfentwintig tot dertig jaar mee en leveren na de terugverdientijd nog jaren gratis stroom. Een terugverdientijd van twaalf jaar betekent dus niet twaalf jaar wachten op niets; het betekent dat u vanaf jaar twaalf in de plus staat en dat nog vijftien jaar blijft.
Twee dingen die nog steeds in uw voordeel werken
Geen btw. Zonnepanelen op een woning vallen sinds 2023 onder het nultarief. U betaalt geen eenentwintig procent btw over de installatie en u hoeft die ook niet meer terug te vragen bij de Belastingdienst. Dat scheelt direct in de investering.
Stroom wordt duurder, niet goedkoper. Elke kilowattuur die u zelf opwekt is een kilowattuur die u niet inkoopt, tegen een prijs die de komende jaren naar verwachting blijft stijgen. Dat maakt het rendement over de looptijd groter dan een som met de prijs van vandaag laat zien.
Hoe wij het uitrekenen
Onze offertetool rekent per jaar, niet met één gemiddelde. Tot en met 2026 met saldering, daarna met uw directe verbruik tegen leveringstarief en het overschot tegen terugleververgoeding. Met een jaarlijkse achteruitgang van een half procent in de opbrengst van de panelen, want dat is wat panelen doen.
Dat levert een minder mooi getal op dan wat u elders ziet. Het heeft alleen wel de eigenschap dat u er over vijf jaar niet achter komt dat het niet klopte.